Boekbesprekingen

Ruth King:
Mindful of race – Transforming Racism from the Inside out.

Marij Geurts, 1-9-2020 

Ruth King is een Afro-Amerikaanse internationale lerares in Inzichtmeditatie. Ze ontwikkelde leiderschapscursussen rond diversiteit en trainde teams en CEO’s van vele organisaties. Sinds 2010 geeft ze les over het door haar ontwikkelde Mindful of race program: inquiry en onderzoek van racistische conditionering en sociaal lijden. Ze is docent in het Dedicated Practitioners Program van Spirit Rock en in het Teacher Training Program van Insight Meditation Society in Barre/US.

‘The world’s heart is on fire, and race is at its core. What’s happening in the world today is the result of past actions. The bitter racial seeds from past beliefs and actions are blooming all around us, reflecting not only a division of the races that is rooted in ignorance and hate but also, and more sorely, a division of heart’.

Racisme is een ziekte van het hart. In hoe  we denken en reageren ligt de kern van racistisch lijden, maar is tegelijk de heling van dit lijden, zo schrijft Ruth King in de inleiding van haar laatste, zeer verhelderende en praktische boek over het transformeren van racisme door mindfulness: Mindful of Race. 

Ieder die zich wil verdiepen en wil leren over de stress en de pijn die racisme teweegbrengt kan zichzelf de volgende vragen stellen aldus King:” Waarom hebben kwesties met betrekking tot ras nog steeds onze zorg nodig, niet alleen in ons land maar ook wereldwijd? En wat heeft dat met mij te maken?”

In deel 1 – Habits of harm- Diagnosis – onderzoekt de schrijfster hoe we de neiging hebben om, bewust en onbewust, vast te houden aan verhalen uit onze raciale afkomst. Hierbij gaat ze ervan uit dat iedereen, ongeacht kleur, tot een bepaald ras behoort. Ze onderzoekt de raciale erfenis en gewoonten in de US voortkomend uit een geschiedenis van slavernij en witte dominantie. Ze beschrijft hoe sociale, historische en culturele conditionering onze waarnemingen en handelen beïnvloedt. Het begrip ras wordt onderzocht vanuit individuele en groepsidentiteiten. Er wordt gekeken hoe dominante (wit) en ondergeschikte (mensen van kleur) groepsidentiteiten, onwetendheid met betrekking tot ras, onrechtvaardigheid en institutioneel racisme in stand houden. De beschrijving van zes hindernissen die harmonie tussen de verschillende rassen verhinderen, illustreren hoe de machtsdynamica van witte dominantie werken en mensen van kleur ondergeschikt maken.

Bewustwording van raciale groepsdynamieken die dominantie en ondergeschiktheid met zich meebrengen is fundamenteel om gewoonten die leiden tot racistisch lijden, te doorbreken. King erkent dat racistische vormen van onderdrukking niet los gezien kunnen worden van andere vormen van onderdrukking zoals sexisme, klassisme, leeftijd, gender etcetera. In dit boek ligt de focus op racistische stress.

Onze gedeelde werkelijkheid is dat niet alleen mensen van kleur maar ook witte mensen lijden aan de effecten van racisme. Echter witte mensen zijn zich door hun geprivilegieerde positie vaak niet bewust van de voordelen die het wit zijn met zich meebrengt. Ze zien niet hoe de daar uit voortkomende racistische patronen zowel op individueel als institutioneel niveau door blijven gaan, ondanks hun goede bedoelingen. King nodigt witte mensen dringend uit om hun verantwoordelijkheid te nemen voor de  bewustwording van geïnternaliseerd racistische patronen. En zo te kijken wat hun noodzakelijke bijdrage kan zijn aan het proces van racistische bevrijding.

De Dhamma leert ons dat we voortdurend in twee werkelijkheden leven. De relatieve werkelijkheid en de ultieme werkelijkheid. King laat  zien hoe deze Doctrine van de twee Waarheden ons helpt om ras in een sociale context te plaatsen. Ze laat zien hoe onze beoefening plaats vindt in die Ene werkelijkheid die beiden in zich draagt. In de relatieve werkelijkheid zijn we een persoon, met een gekleurd lichaam, ontwikkelen we  door ons ego gedreven gewoontepatronen, en leven we in een vaak verwarrende, conceptuele ‘werkelijkheid”.  In de relatieve  werkelijkheid zijn we zwart, wit, geel, rood, man, vrouw, homo, hetero, queer, oud, jong,  partner, ouder, etcetera. We ervaren hier gescheidenheid en de pijnlijke effecten van de neiging tot begeerte, afkeer en onwetendheid. Vanuit het perspectief van de ultieme werkelijkheid is er eenheid. We leven voorbij de conceptuele werkelijkheid; er is bewustzijn dansend op de karmische ritmes van het leven.

In deel 2 – Mindfulness- heart surgery – wordt beschreven hoe mindfulness kan helpen bij de bewustwording en  het doorbreken van gewoonten die racistisch lijden tot gevolg hebben. Verschillende beoefeningen zoals mindfulness meditatie, kalmtemeditatie, loopmeditatie, het beoefenen van vriendelijkheid, zijn belangrijk om de geest te stabiliseren en te kalmeren. Ze helpen ons om onze relatie met ons raciale geschiedenis, opvattingen en reacties te onderzoeken. Zo kunnen we ons meer bewust worden van onderdrukkende mind-sets die weerspiegeld worden in de wereld. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is het doorzien van de cyclus van misvattingen over de werkelijkheid, namelijk dat we onze racistisch geconditioneerde waarnemingen (patronen van geïnternaliseerde dominantie bij witte mensen en patronen van geïnternaliseerde ondergeschiktheid van mensen die slachtoffer zijn van racisme) gaan herkennen en erkennen. En dat we deze patronen onderzoeken en gaan zien waar we gehecht zijn aan bepaalde opvattingen. Zoals ontkenning (‘Ik ben niet racistisch’) of afkeer (onbewust of bewust niet naast een zwart persoon gaan zitten) vervormingen (‘Zwarte mannen zijn crimineler dan witte’) of onwetendheid (het niet doorzien dat individueel en institutioneel racisme samenhangen en elkaar versterken).

Er wordt uitvoerig ingegaan op het RAIN-model (Recognition-Allowance-Investigation-Nurture). De vier genoemde aspecten van dit model helpen ons patronen van de hart-geest te onderzoeken, onze relatie met racistische stress te begrijpen en compassievol om te gaan met de emotionele pijn.

Deel 3 – Cultivating a culture of care – begint met een hoofdstuk over sociale verantwoordelijkheid, vooral ook voor witte mensen. Als we ons meer bewust worden van ras kunnen we hier niet meer om heen zegt King. Als we sociaal onrecht zien willen we iets doen. Een cultuur van zorg creëren vraagt om een wijze relatie met onze menselijkheid. En dat vraagt om het ontwikkelen van een moreel karakter waarbij we leven vanuit de drie principes van sociale harmonie:

  • In de beoefening van onderlinge afhankelijkheid herinneren we ons eraan dat we deel zijn van iets groters dan alleen ons individuele zelf.
  • De beoefening van compassie maakt op grote schaal heling mogelijk
  • Niet beschadigen is de beoefening van denken, spreken en handelen die essentieel is voor respect en veiligheid voor iedereen.

Onderzoeken van racistische stress zal confronteren met boosheid, angst, reactiviteit, medelijden en wanhoop. Witte mensen zullen ongemak en verwarring moeten leren verduren en in het reine komen met schuldgevoelens. Onze uitdaging is om de kring van compassie steeds groter te maken zodat geen enkel lijden wordt buiten gesloten. Dat vraagt geduld en het besef dat we niet perfect zijn. Maar ook dat we onszelf toestaan te mogen leren. In het hoofdstuk over compassie geeft de schrijfster vele handreikingen.

Het belang wordt aangegeven van Racial Affinity Groups, waar mensen met een gemeenschappelijke afkomst in ras regelmatig bij elkaar komen om samen te mediteren en verhalen te onderzoeken die we ons zelf en elkaar hebben verteld over onze afkomst. Een dergelijke groep kan veiligheid geven om echt jouw verhaal te kunnen vertellen, kwetsbaar te mogen zijn, herkenning en ondersteuning te voelen bij wat moeilijk is om onder ogen te zien. En te voelen hoe het is om tot een bepaald ras te horen. In de Nederlandse situatie kunnen dergelijke groepen een oefenplaats zijn voor mensen met een Surinaamse, Antilliaanse, Indo en Molukse achtergrond, voor mensen met een Turkse, Marokkaanse en vluchtelingenachtergrond. Even zo belangrijk is het dat  witte mensen  samen komen met de bedoeling om aan hun racistische conditionering te werken.

Belangrijk voor witte mensen is het hoofdstuk over wat zij kunnen bijdragen. Vragen die witte mensen zichzelf kunnen stellen in hun onderzoek zijn bijvoorbeeld: ‘Wat gebeurde er met het historische of geërfde trauma dat hand in hand gaat met het haten van een ander ras? Wat gebeurde er met ons? En hoe leeft dat vandaag de dag? Hoe kan het dat we hier tevreden mee zijn en onszelf als een superieur ras beschouwen?’

Durven herinneren is een belangrijk aspect van racistische heling. Het vraagt nederigheid, geduld, moed en veel compassie  om onszelf als witte mensen te bevragen, het ongemak te ervaren als zaken benoemd worden en te gaan zien en te  erkennen hoe witte mensen deel hebben  aan het voort duren van  racistische pijn.

Witte mensen  kunnen ook hun bijdrage leveren om structureel racisme te ontmantelen. Structureel racisme houdt de dominantie van witte mensen in stand  op maatschappelijk niveau bijvoorbeeld  in organisaties en bedrijven. Het zijn witte mensen die meestal de leiderschapsposities hebben en  mensen van kleur die buiten gesloten worden van bepaalde functies. Tot slot geeft King suggesties aan mensen van kleur om de diversiteit die zij representeren te ondersteunen. Ze zijn bedoeld  als inspiratie  voor contemplatie en hoop voor het welzijn voor een lichaam van kleur.

‘Handling our suffering is an art. If we know how to suffer, we suffer much less, and we’re no longer afraid of being overwhelmed by the suffering inside. Instead, we should fear not knowing how to handle our suffering’ – Thich Nhath Hanh

N.B. Om witte dominantie  en racistische conditionering vanuit de Nederlandse koloniale geschiedenis beter te begrijpen is het aan te bevelen het boek te lezen van Gloria Wekker: Witte onschuld; paradoxen van kolonialisme en ras. Uitgeverij AUP 2020.

Menu